Spelend leren in de kleuterklas: open-ended of Montessori?


Spelend leren in de kleuterklas: open-ended of Montessori?

Foto educatieve apps Montessori-materiaal en open-ended speelgoed lijken elkaars tegenpolen. Bij het ene staat een gerichte oefening centraal, bij het andere bepaalt het kind zelf wat het maakt. Toch kunnen ze elkaar in de kleuterklas goed aanvullen. Ze bieden verschillende manieren om begrip op te bouwen: door een vaardigheid gericht te oefenen én door ermee te experimenteren.

Het verschil zit in hoeveel er vooraf vastligt

Bij klassiek Montessori-materiaal ligt het belangrijkste oefendoel besloten in het ontwerp. Het materiaal helpt een kind bijvoorbeeld verschillen in grootte onderscheiden of een praktische handeling beheersen. Open-ended speelgoed laat de bestemming open: dezelfde onderdelen kunnen vandaag een brug zijn en morgen een trein.

Een gericht oefendoel betekent overigens niet dat een kind maar één vaardigheid gebruikt. Ook bij Montessori komen waarnemen, bewegen en concentratie samen. Het verschil is waarop het materiaal de aandacht richt.

Montessori biedt structuur en maakt begrippen tastbaar

Een bekend voorbeeld van montessori materiaal voor kleuters is de roze toren: tien kubussen in dezelfde kleur, maar met verschillende afmetingen. Het kind ordent ze van groot naar klein. Doordat kleur en vorm gelijk blijven, komt het verschil in grootte duidelijk naar voren.
Zo worden groot, groter en grootst tastbare begrippen. Het kind vergelijkt, ordent en plaatst de kubussen nauwkeurig. De opbouw geeft bovendien visuele feedback: een afwijking in de volgorde kan aanleiding zijn om opnieuw te kijken.
Die afgebakende oefening biedt houvast. Je doet het gebruik voor, waarna het kind zelfstandig kan oefenen en herhalen.
De kracht van montessori speelgoed zit daarmee in gericht waarnemen, begripsvorming en het verfijnen van een handeling.

Open-ended speelgoed geeft ruimte aan ontwerpen en oplossingen

Bij bouwen met magnetische tegels kiest het kind zelf een bestemming voor de vormen. Vierkanten worden muren, driehoeken vormen een dak. Daarmee zijn magnetische tegels een sterk voorbeeld van open ended speelgoed.
Het ruimtelijk inzicht wordt aangesproken wanneer kinderen platte vormen samenvoegen tot een groot bouwwerk. Ze draaien onderdelen, schatten afstanden in en ontdekken hoeveel ruimte hun ontwerp inneemt. Past het dak niet, dan kunnen ze andere vormen gebruiken of de muren verplaatsen.
Daar komen plannen en probleemoplossend denken bij: een idee uitvoeren, het resultaat bekijken en iets veranderen. Bouwen kinderen samen, dan vraagt dat ook om overleg. Waar komt de ingang? Wie maakt de torens? De taal ontstaat rond beslissingen die voor hun gezamenlijke bouwwerk nodig zijn.

Hetzelfde kind heeft baat bij beide mogelijkheden

Dat verschil betekent niet dat je voor een kind één van beide moet kiezen. William van der Linden, mede-oprichter van speelgoedwinkel en Experience Center Sproutz in Wassenaar, benadrukt hoe ze elkaar aanvullen:
‘Je kunt niet in het algemeen zeggen dat een kind beter leert met open-ended speelgoed dan met Montessori, of andersom. Montessori biedt structuur om gericht te oefenen met concentratie, nauwkeurig waarnemen en begrippen begrijpen. Open-ended speelgoed geeft ruimte aan verbeelding, ruimtelijk denken en het bedenken en bijstellen van oplossingen. Die vaardigheden overlappen ook. Beide kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het kinderbrein, vanuit een andere manier van leren. Hetzelfde kind kan baat hebben bij de houvast van een gerichte oefening én de vrijheid om eigen ideeën uit te proberen’, aldus Van der Linden van Sproutz.

Conclusie

Bied ruimte voor gericht oefenen én vrij ontwerpen. Juist die afwisseling maakt spelend leren rijker en helpt je aansluiten bij wat hetzelfde kind op verschillende momenten nodig heeft.

Afbeelding: foto van Marisa Howenstine via Unsplash.